Concerten

Hieronder vindt u eerst informatie over Giuseppe Verdi en zijn Requiem, en vervolgens een overzicht van de concerten die we in de afgelopen jaren hebben gegeven.

Verdi
Verdi werd op 10 oktober 1813 in Le Roncole (hertogdom Parma) geboren als Giuseppe Fortunino (omdat zijn ouders heel gelukkig waren met een eerste kind na 8 jaar huwelijk) Francesco Verdi. Zijn vader was herbergier en zijn moeder zijdespinster. Zijn muzikale talent bleek al op jonge leeftijd en toen hij 10 jaar was kreeg hij een aanstelling als organist in het plaatselijke kerkje. Een jaar later ging hij naar een middelbare school van de Jezuïeten in het nabijgelegen Busseto om priester te worden, maar de muziek was zijn ware roeping en hij studeerde daar verder onder de organist van de grote kerk in die stad. Verdi werd daarbij zeer ondersteund door de welvarende winkelier Antonio Barezzi, wiens dochter Margherita hij later ook zou huwen. Hij was daar al zeer productief en schreef er talloze marsen en sinfonieën voor de kerk en het theater.
Op zijn 18ging Verdi naar Milaan om daar te studeren aan het Conservatorium, maar hij werd niet toegelaten. Hij studeerde in Milaan compositie en contrapunt bij de gerenommeerde muziekleraar Vincenzo Lavigna. Twee jaar later echter werd hij door zijn vader teruggehaald naar Busseto om daar hoofd van het koor en het orkest van de kerk te worden. Daarover ontbrandde toen een hevige strijd tussen het kamp van Verdi en dat van een andere kandidaat, die er toe leidde dat uiteindelijk alle orkesten in de kerk door de regering van het graafschap Parma verboden werden. Pas in 1835 werd die strijd met een wedstrijd beslist en werd hij Maestro di Capella in Busseto. In dat jaar trouwde hij ook met zijn Margherita met wie hij twee kinderen kreeg die echter beiden jong stierven.
Uiteindelijk vertrok het gezin toch naar Milaan waar Verdi zich toelegde op het schrijven van opera’s die in eerste instantie niet bijster goed ontvangen werden. Toen in 1840 ook zijn vrouw nog overleed wilde hij helemaal met de muziek stoppen, tot hij toevallig het libretto van de Nabucco in handen kreeg en getroffen werd door de beroemde woorden “Va pensiero sull’ ali dorate”, “Vlieg gedachten, op gouden vleugels”. De Nabucco werd een geweldig succes en was zijn grote doorbraak. De première in Milaan zorgde er ook voor dat hij in de sopraan Giuseppina Strepponi een nieuwe levensgezel vond.
In de jaren 1851 tot 1853 werd zijn naam definitief gevestigd met RigolettoIl Trovatore en La Traviata. Daarna werkte hij veel in het buitenland om in 1870 weer naar Italië terug te keren en, in opdracht van de Egyptische onderkoning, de Aida te schrijven die in december 1871 in première ging.
Intussen was Verdi ook politiek en maatschappelijk actief geworden. Zijn naam was, in de tijd van de Oostenrijkse bezetting, al gebruikt als acroniem van Vittorio Emanuele Re DItalia (Victor Emanuel Koning van Italië), en in 1860 kwam hij in het eerste republikeinse parlement in Turijn. In 1874 werd hij senator in Rome. Bovendien heeft hij veel gedaan voor de leefomstandigheden van de bevolking in de omgeving van zijn landgoed Sant’Agata bij Busseto en stichtte hij in Milaan het “Casa di Riposo”, een rusthuis voor oude, behoeftige musici.
Hij overleed in Milaan op 27 januari 1901 en bij zijn begrafenis werd het Slavenkoor “Va Pensiero” door tienduizenden in de straten van Milaan gezongen.
Maar Verdi schreef niet alleen opera’s. Hij schreef, hoewel hij zichzelf als agnost beschouwde, ook tamelijk veel religieuze werken met als absoluut hoogtepunt zijn Messa da Requiem.
Messa da Requiem
De basis voor dit werk werd gelegd in 1868 bij het overlijden van Rossini. Verdi stelde toen voor dat een aantal Italiaanse componisten gratis zou samenwerken aan een Requiem ter ere van die geliefde componist en hij gaf zelf de aanzet door een Libera me in te leveren. Dat werd de Messa per Rossini, geschreven door 13 componisten. De première zou precies een jaar later plaatsvinden in Bologna maar de uitvoering werd afgelast en uiteindelijk werd het werk pas in 1988 in Stuttgart uitgevoerd.
Het Libera me bleef hem echter door het hoofd spelen en toen in 1873 de door hem zeer bewonderde schrijver Alessandro Manzoni stierf besloot hij een Requiem voor hem te schrijven. Hij was toen op het toppunt van zijn kunnen en had net de Aida voltooid. Hij schreef zijn Requiem in Parijs in de loop van 1873 en 1874 en het ging in première op de eerste verjaardag van Manzoni’s dood, op 22 mei 1874, in de San Marco in Milaan met een 120-koppig koor en een orkest van 100 musici. Het werk kende een groot succes en werd in verschillende bewerkingen uitgevoerd. Ook Johannes Brahms vond het geniaal, maar er waren tegenstanders die er bezwaar tegen hadden dat het gecomponeerd was door een niet-praktiserend rooms-katholiek en binnen de kerk werd het door velen te theatraal en opera-achtig gevonden.
Het is ook een sterk emotioneel werk, met krachtige ritmes en dramatische contrasten. Het angstaanjagend Dies Irae wordt door het hele werk heen herhaald om gevoelens van verlies en zorg te onderzoeken. In andere delen komen al die emoties naar boven die horen bij een Requiem: de oproep tot het Laatste Oordeel in het Tuba Mirum, verlangen naar genade in het Ingemisco, de vreugde om de komst van de Heer in het Sanctus en uiteindelijk de smeekbede om bevrijding in het oudste deel van dit Requiem, in het Libera Me, “Bevrijd mij , Heer, van de eeuwige dood …”.
Daarmee is het Requiem van Verdi misschien wel de meest theatrale Dodenmis uit de muziekgeschiedenis, gecomponeerd met alle emoties en alle muzikale expressie die Verdi zo goed kende en verwerkt had in zijn opera’s. Het is geen werk om bij een echte uitvaart te gebruiken, maar het laat de toehoorder achter met een gevoel van nederigheid dat zijn weerga niet kent. En zo hoort het ook bij een Requiem.

Eerdere concerten van Concordia:

zaterdag 4 mei 2019
‘Requiem’ van Christopher Wood (nadere gegevens zie flyer, artikel in het Friesch Dagblad en recensie in de Leeuwarder Courant)

donderdag 22 november 2018
samen met operakoor Amadeus: ‘Canto General’ van Mikis Theodorakis (nadere gegevens zie flyer, ons promotiefilmpje op YouTube en het artikel in de Leeuwarder Courant over de Canto en onze uitvoering ervan)

zondag 17 december 2017
‘Weihnachtsoratorium’ van Johann Seb. Bach (nadere gegevens zie flyer)

vrijdag 10 maart 2017
‘Messe Nr. 2 in G-Dur’ van Franz Schubert, ‘Nänie’ van Johannes Brahms, ‘Symfonische dansen Nrs. 1 & 4’ van Edvard Grieg en ‘Mass’ van Steve Dobrogosz (zie flyer).
Voor de recensie in de Leeuwarder Courant klik hier.

zondag 6 november 2016
‘Messe in C’ van Josef Rheinberger, ‘Dona nobis pacem’ van Peteris Vasks, ‘Kol nidrei’ van Max Bruch, met als solist de jonge cellist Caspar Westerman, en ‘Sunrise Mass’ van Ola Gjeilo (zie flyer)

zondag 20 maart 2016
‘Matthäus Passion’ van Johann Seb. Bach in de bewerking dd. 1841 van Felix Mendelssohn Bartholdy (zie flyer)

vrijdag 27 november 2015
‘Requiem in C’ van Charles Gounod en ‘Mis in D’ van Antonin Dvorak (zie flyer)

woensdag 29 april 2015
samen met operakoor Amadeus: ‘Elias’ van Felix Mendelssohn Bartholdy (zie flyer)

zondag 2 november 2014 (Allerzielen)
‘Ein deutsches Requiem’ van Joh. Brahms (zie flyer)

zondag 4 mei 2014 (Dodenherdenking)
‘Memoriam Facimus’ en ‘Gebed om vrede’ beide van Bernard Smilde (zie flyer)

woensdag 13 november 2013
‘Requiem’ van Wolfgang Amadeus Mozart (zie flyer)

donderdag 21 maart 2013
‘Messiah’ van Georg Friedrich Händel (zie flyer)

zondag 28 oktober 2012
‘Carmina Burana’ van Carl Orff (zie flyer)

Goede Vrijdag 6 april 2012
‘Matthäus Passion’ van Johann Sebastian Bach (zie flyer)

vrijdag 18 november 2011
‘Stabat Mater’ van Josef Gabriel Rheinberger, ‘Missa Festiva’ van Alexander Gretchaninoff, ‘Requiem’ van Bob Chilcott (Nederlandse premiëre), en ‘The Lord is my Shepherd’ van John Rutter (zie flyer)

zaterdag 9 april 2011
‘Die Passion’ van Heinrich von Herzogenberg (zie flyer)